
Wet gebruik Friese taal in het rechtsverkeer
Artikel 11
1
Hij die bevoegd is tot het geven van middelbaar onderwijs in de Friese taal, wordt op zijn verlangen door de arrondissements-rechtbank zijner woonplaats als vertaler voor de Friese taal beëdigd, wanneer hij een verklaring omtrent het gedrag, als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, overlegt.
2
De artikelen 2-6 van de wet van 6 mei 1878, Stb. 30, houdende bepalingen omtrent de beëdigde vertalers, zijn van overeenkomstige toepassing.
3
Hij die de bevoegdheid heeft als beëdigd vertaler op te treden voor de Friese taal en voor een of meer vreemde talen, is tevens bevoegd op te treden als beëdigde vertaler voor vertalingen uit de Friese taal in die vreemde talen en uit die vreemde talen in de Friese taal.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.